Och, wat een vurrukkelukke geur trekt er door het huis. Past helemaal bij het heerlijke avondje in aantocht. Voor wie nog niet uitgebakken is en lekker traditioneel wil vieren, is speculaas een must. Niet die uit de winkel waar je maar van blijft eten, maar deze, waar je bij elke hap de lading specerijen uit het VOC schip proeft. Dit recept maakte ik twee jaar geleden voor het eerst na lezing van de thuiskok column van Marjoleine de Vos "Speculaas moet niet zo flauw". En gelijk heeft ze, na dit recept hoef je nooit meer te zoeken naar iets anders. Neem voor de koekkruiden die van 't Blauwe Huis, verkrijgbaar bij natuurwinkels. Lekker pittig, zoals bedoeld. Na de kruidnootjes van vorige maand zijn de eerste zakjes koekkruiden al over de Atlantische Oceaan verstuurd. Ik vrees dat één zakje nauwelijks voldoende is om deze speculaas meermaals te maken.
Het recept geef ik exact weer zoals mijn bron het opschreef. Bakken is precisie werk en ik wil niet verantwoordelijk zijn voor mislukte baksels en het daaropvolgende klein huishoudelijk leed.
Dikke speculaas
* 450 gram zelfrijzend bakmeel
* 350 gram bruine suiker
* 300 gram boter
* 25 gram speculaaskruiden
* gehakte of hele amandelen
* 1 eierdooier
Verwarm de oven voor op 175 graden.
Roer het meel met de suiker, een snufje zout, en de speculaaskruiden door elkaar.
Snijd de boter er doorheen tot fijne kruimels.
Kneed het geheel snel tot een bal.
Deel de bal in tweeën of vieren.
Bestuif het aanrecht met bloem.
Rol de deegstukken uit tot een dikke lap.
Vorm koeken met de hand of met vormpjes (wij deden een maan, ster en reuzekoek) en druk er de amandelen is naar eigen motief.
Klop de eierdooier los met een lepel water en bestrijk de stukken deeg hiermee voor een glanzende laag.
Leg de stukken speculaas een eindje van elkaar op bakpapier op een bakplaat en bak 25 minuten in het midden van de oven.
Laat afkoelen op een rooster.
Eet op.