5 november 2010

Dag van de Duurzaamheid


Stel, je hebt in je hele leven nog nooit over duurzaamheid nagedacht, laat staan iets duurzaams gedaan. En stel, het is donderdag 11 november, Dag van de Duurzaamheid. En stel, dat dat ook nog klopt. Dat wist je niet, maar weet je nu wel. En dus denk je, hoe kort ook, heel even aan duurzaamheid. Dat op zichzelf is al een goed begin.
Voor jou en alle anderen die al wisten dat duurzaam niet synoniem voor duur is, is deze dag een uitgelezen kans om de Watertoren van Bussum te beklimmen en het Duurzaamheidscafe van de gemeente Bussum bij te wonen. Daar gaat het over klimaat en energie, niet over Den Haag of Kopenhagen, maar over hier en nu, in Bussum. Zet de stap en kom ook!

9 juni 2010

Lijst 10:10

Ik sta op een lijst, ergens tussen de 600 en 700e plek. Niet eens zo slecht als je bedenkt dat de lijst inmiddels ruim 72.000 namen telt. Verkiesbaar ben ik niet, maar ik sta wel voor de principes van de lijst en doe er veel aan om mee te helpen een krachtige boodschap te verkondigen en uit te voeren. Lijst 10:10 is geen politieke partij, evenmin een obscuur clubje die denkt dat om 10 over 10 de wereld vergaat. Hoewel, het gaat met de global warming wel een beetje die kant op als er niet nu wat gebeurt. De verkiezingscampagne blinkt uit in niet-ecologische thema’s, het gaat allemaal om de portemonnaie. We willen allemaal eerder stoppen met werken, de hypotheekaftrek behouden, bonussen kunnen blijven vangen, vliegen naar warme bestemmingen, lekker alleen in de auto blijven rondtoeren en elke zomeravond een kilo vlees roosteren op de barbeque. En wel graag tegen een schappelijk prijsje. Kiloknallers en last minutes voor bodemprijzen. Gaat het goed als we zo doorgaan? De wereldbevolking groeit schrikbarend, het systeem staat onder druk en aanpassingen in de manier van denken en handelen zijn nú nodig. Waarom horen we daar in de debatten zo weinig over? We denken liever niet na over onze ‘footprint’. Zo abstract, daar scoor je geen punten mee. Kon ik maar stemmen op lijst 10:10. Als de politiek het niet doet, dan doen we het toch lekker zelf. Nog een paar maanden tijd en die 10% CO2 reductie is een feit, althans, in ons liberale en toch progressieve huishouden. Mijn wereld vergaat dan misschien niet vandaag, de wereld van morgen, die van mijn kinderen mag dat ook niet.

20 april 2010

Chip Dry (2): stirred not shaken

Dan moet ik er wel de juiste mix en verhoudingen bij vermelden, anders wordt het natuurlijk niks met dit zomerdrankje.

ijsblokjes
1/3 Taylor's Chip Dry witte port (ijskoud)
2/3 Schweppes Tonic (koud)
muntblaadjes
eventeel schijfje citroen

Schenk de koude port op de ijsblokjes, tonic toevoegen, afmaken met een paar blaadjes munt.
Voor de liefhebber nog een dun schijfje citroen toevoegen.
Serveren met gezouten amandelen.

Om de port goed koud te krijgen kun je de fles een kwartiertje in de vriezer leggen.
Niet vergeten de fles er weer uit te halen want:
1. explosie in de vriezer
2. zonde van de port
3. vriezer ontdooien is een rotklus
Chip Dry is verkrijgbaar bij Sauter Wijnen.

Handig is om altijd een paar citroenschijfjes ingevroren te hebben.
Lekker voor in de tonic, ook zonder port, voor degenen die nog moeten rijden.

18 april 2010

Chip Dry (1)


Daar sta je dan. Zonder plu, zonder regenpak, zonder boterhamzakjes om je voeten, doorweekt tot op het bot, in het hart van de Ribeira op zoek naar de Santa Clara, volgens mijn gidsje een betoverend renaissance kerkje. Het water komt van alle kanten. Het gutst van de daken, wilde watervallen kletteren van de scheve pannen en vormen kolkende rivieren in de smalle keienstraatjes. Drie stappen en ik ben aan de overkant. Deze schoenen zijn niet waterproof. Het druppelt nu ook langs nek en rug naar beneden. De kapel is gehuld in goud. Ja, prachtig. Maar de betovering blijft uit en in stilte vraag ik mij af wat ik hier doe.

Zes dames, een hotel in el centro en een goed gevulde portemonnaie. Drie dagen galao, pasteis de nata, bacalhau, fado en port port port. Gegarandeerd succes. We gaan terrasjes pakken, shoppen, cultuur snuiven en heerlijk eten, platos vol. Wat kan er nog mis gaan?

Schuilend onder de Middeleeuwse boog denk ik aan thuis. Aan een knapperend vuurtje met warme chocomel. Dat lijkt nu opeens het paradijs. Geen spoortje van de zon te ondekken, niet eens één straaltje kan het donkergrijze dek daarboven doorbreken. De wolkbreuk houdt twee dagen aan. En dan, na een lange dag rennend van afdakje naar afdakje, schuilend in kerken en winkelcentra, gaat het gekletter over in getik, het getik over in gedruppel, het gedruppel over in stilte. Roze slierten hangen in de lucht waar het blauw langzaam terrein wint. De Tripeiros van Porto komen tevoorschijn, verlaten hun huizen en zoeken een plekje op het plein, op het tarras van de tasca, het café of de pasteleiria. Wij vervolgen doorweekt maar nu en stuk opgewekter onze weg omhoog, naar de kelders van Taylors. Het beroemde porthuis gesticht in 1690. Na een korte beklimming van de Rua do Choupelo bereiken wij ons doel.

En daar wacht ons een sensatie, een smaaksensatie. Niet in Parijs, Londen, New York, of Buenos Airos, nee, in Porto proeven wij zoiets fris en tintelends, dat het je natte onderbroek, je vermoeide benen, je doorweekte sokken terstond doet vergeten. Fris van de mint, sprankelend van de tonic, fruitig van de citroen, diepgang van de druif. Witte zwoele port. Eén slok en de zon straalt, de smaken van de zomer zwellen aan. Wat een heerlijkheid! Hier op de heuvels aan de oever van de Douro, zomaar, voor het grijpen. We nemen het mee en drinken onze ontdekking in het zicht van de lente op naar de zomer. Die is verdacht dichtbij met Chip Dry van Taylor’s. Hét zomerdrankje van 2010 is ontdekt!

3 maart 2010

War against Terror

Genoeg! De maat is vol. Het is oorlog! De drol die de emmer doet overlopen is gelegd. Ik ben even geen dierenvriend meer. De eerste katachtige die het nu nog waagt om over mijn erf te lopen zal het bezuren.

Al vijf maanden lang probeer ik iets van mijn bloembakken naast de voordeur te maken. Viooltjes, geraniums, heideplantjes, noem maar op, niets overleeft de terreur van mijn miauwende buurtgenoten. De buurtkatten -ik verdenk ze er alle acht van- denken dat het openbaar urinoir zich naast mijn voordeur bevind. Kattendrollen stinken. Kattenpies ook. De vorst van de afgelopen periode heeft de ellende tijdelijk tot een halt geroepen, maar sinds de grond weer omwoelbaar is, is het wildplassen en -poepen is volle hevigheid voortgezet. En, zeg nu eerlijk, hoe vaak wil je als mens je bloembak met een schepje doorwoelen om poep in een zakje te doen? Andermans poep.

Natuurlijk heb ik eerst een milieu- en diervriendelijke oplossing gezocht.
Een flesje met een op groene gel lijkende massa, gekocht in het tuincentrum, zou uitkomst moeten bieden maar deed dat allerminst. Na verspreiding van het goedje tussen de planten bleven de katten even weg. Twee weken voorjaarsbuien en drie flesjes á raison van € 16,95 verder zijn drasticher maatregelen nodig. Citronella- of poepgeur hangen mij de keel uit.

De buurtbewoners aanspreken heeft ook geen enkel effect. Hebben ze een kat, dan is die rooie weer niet die van hun. “Nee, mijn poekie doet zoiets niet. Die poept altijd thuis in de kattebak.” Nee, ik ben zeker kleurenblind. “Nee hoor, wij hebben een siamese kat, die zit altijd binnen.” Het is bruinzwart met spitse oortjes, vogeltje in de bek in míjn achtertuin? Volgens mij een siamees... De derde buur zegt doodleuk “neem zelf een kat, dat jaagt alle andere katten weg”. Ja bedankt, ik vraag je nog eens wat.

Ondertussen gaat de terreur door. De hoop wordt groter en mijn hoop vervliegt. De grens is bereikt. Tijd voor het echte werk. Oorlogsvoering.

Alle middelen zijn geoorloofd. Ik denk aan een douche van mosterdgas, kattenbrokjes met ingespoten blauwzuur en, ik raak op dreef, molklemmen of arsenicum. Mosterdgas en blauwzuur laten sporen na dus niet bij uitstek geschikt. Valt af. De molklemmen. Tsja, dan moet ik de vangst ook opruimen. Wil ik niet. Bovendien ligt de boosdoener dan ook de hele nacht te kermen. Worden de kinderen wakker, willen ze weten wat er gebeurt. Uitleg, hmmmm moeilijk. Valt ook af. Arseen, superdodelijk, zit in rattengif. Is in nederland misschien verboden, maar ach, in zuid europa prima verkrijgbaar. Maar dat betekent dat ik tot de zomervakantie moet wachten. Wat dan? Eureka! Polonium-210, dat is het. Bekend van de vergiftiging van Litvenenko in 2007. Zeer effectief en nauwelijk straceerbaar. Zou het non-proliferatieverdrag ook gelden in de strijd tegen ongeoorloofde uitwerpselen? Helaas, moeilijk om aan te komen en contacten met de KGB ontbreken.

Ik besluit er nog een nachtje over te slapen. Morgen misschien toch nog eens naar Intratuin voor een paar plantjes Kattenkruid. Voor een leven als oorlogsveteraan ben ik niet in de wieg gelegd.

16 februari 2010

Gevulde portobello's

Op verzoek hier het recept voor gevulde portobello’s
(uit het ‘girls power menu’ van 13.2.10)

een goed gevulde hoed
brengt een smakelijke groet’



Een heerlijk, makkelijk, klein voorafje of tussengerecht dat zo gemaakt is. Bovendien kun je ze al een paar uur van tevoren klaarmaken en koud zetten. Het recept haalde ik van het kookblog van Culinette.
Ik heb het wat aangepast omdat ik zelf de gorgonzola, ofschoon ik al een zachte variant gebruikte, toch te scherp vond. Aangevuld met fromage d’affinois werd het perfect.

Ingrediënten:
● portobello’s (let op dat de hoed nog te vullen is en niet plat is)
● walnoten gecrushed
● plukjes verse tijm
● gorgonzola dulce
● fromage d’affinois
● kleine boterblokjes

Voorbereiden:
Snij de steel enigszins weg en vul de portobello’s met een paar blokjes gorgonzola en fromage d’affinois, walnootstukjes erop, tijm erop en afmaken met een paar piepkleine blokjes boter.

Afmaken:
Oven voorverwarmen op 200°C. Portobello’s op de bakplaat in het midden van de oven, na ongeveer 10 minuten klaar. Paar veldslablaadjes erbij is lekker. Smullen maar!

15 februari 2010

Crunchy


Een kritische, bedachtzame en bewuste consument, waar reclame geen effect op heeft. Dat ben ik. Nou ja, dat dacht ik tenminste. En toen kreeg de reclame toch vat op mij. Hoe?
Nou, het zit zo. Knapperige friet, wie wil dat nou niet? Ook al is het maar één keer per maand en hebben we geen frituurpan, maar áls we frietjes eten, dan ook graag lekker en knapperig. En dat kan nu dus, zelfs uit eigen oven, is de boodschap. Jarenlang allerlei merken en varianten geprobeerd, dik, dun, lang, kort, geribbeld of gekreukeld, maar geen frietje kwam krokant uit de oven, behalve die te lang gebakken natuurlijk. Krokant is dan ook direct donkerdonkerbruin in plaats van goudgeel. En dat is nu ook weer niet wat je wilt. Crunchy wil je ze, ook uit de oven.
Vanuit mijn ooghoek zie ik tegen achten, vlak voor het journaal, zomaar een moeder die een schaal vol knisperende, krakende goudgele frietjes op tafel zet. Het kraakt zelfs zo dat het tafelgesprek volledig wordt overstemd. Wat zien ze er lekker uit. Het hele gezin smult. Direct loopt het water mij door de mond. Dat is het, roep ik uit, hoera! Ik wil SuperCrunch! Het is wel zoeken want alleen de beter gesorteerde supermarkt hier in het dorp (lees: AH 5) heeft de door mij felbegeerde ovenvariant. Ik ben in jubelstemming, koop er lekkere bio-burgers bij en maak een frisse salade. Groot is dan ook de desillusie als het die avond niet kraakt en knispert tot je oren ervan tuuten. Nee, weer een schaal met kleffe, veel te snel afkoelende frietjes. Friet moet natuurlijk ook eigenlijk gefrituurd worden, dat weet ik ook wel. Maar toch, alles op tv is toch waar? Wat is er fout gegaan?

Het blijft niet bij die ene poging, nog ettelijke zakken SuperCrunch ondergaan dezelfde ovenbehandeling. Helaas blijft het gewenste resultaat keer op keer uit. Ik controleer tot slot de verpakking. De grote lettertjes voorop roepen nog ‘gegarandeerd succes’ en beloven geen gewone maar ‘super krokante friet’. Ja, ik verzin het niet, het staat er echt. Dan de kleine lettertjes, leesbril erbij, daar staat “....maximaal 500g tegelijk op de bakplaat leggen. Voor een gegarandeerd krokant eindresultaat is het namelijk van belang dat de frites tijdens de bereiding in de oven elkaar niet raken.” En iets daarboven staat dat je ‘de frites tussentijds eenmaal moet omdraaien’. Aha, er moest een verklaring zijn, en die heb ik gevonden. Elkaar niet raken? Kan iemand mij vertellen hoe ik friet voor vier personen op een bakplaat moet bakken zonder dat de frites elkaar raken waarbij ze halverwege ook nog eens gedraaid worden? Rangschikken in rijen van tien en na een minuut of twaalf de frietjes met de blote hand of een tangetje stuk voor stuk omdraaien zodat ze de resterende tijd ook vrij liggen. Zo doe je dat dus.
Ik pas. Ik heb wel wat beters te doen dan frietjes te rangschikken en accepteer ter plekke dat ik nooit gesprekoverstemmende frites op tafel zal neerzetten. Eigenlijk wil ik dat ook helemaal niet meer. En reclame? Niet meer geloven. Ik geloof dat ik dat eigenlijk al wist.

9 februari 2010

winter

deze kou bevriest
bevriest ongeluk
bevriest verdriet
bevriest drukte

deze kou vergroot
vergroot geluk
vergroot blijdschap
vergroot rust

deze winter
verrijkt
mijn leven
mijn winter